Meridian
Illustratie: een drone met een rood licht boven het hek van een luchthaven, ’s nachts, met de verkeerstoren in de verte
Illustratie
Inzichten · Luchthavens & kritieke locaties

De drone hangt in de lucht. De piloot staat op de grond.

Een jaar na de eerste dronealarmen boven Belgische militaire bases en luchthavens is nog niemand geïdentificeerd. Een drone detecteren is maar de helft van het probleem. De andere helft: van een waarneming bij een persoon uitkomen.

Door Meridian Technologies

Wat er gebeurde

  • Oktober 2025: boven het militaire kamp van Elsenborn werden zo’n vijftien drones gemeld. In de weken daarna volgden waarnemingen in Marche-en-Famenne en Kleine-Brogel.
  • 4 november 2025: skeyes legde voor het eerst al het verkeer op Brussels Airport stil wegens drones. Ook Liège Airport ging dicht. Meer dan vijftig vluchten werden geschrapt en zo’n twintig omgeleid.
  • Sinds september 2025: het Nationaal Crisiscentrum heeft 558 dronemeldingen geregistreerd. Zoals de regering zelf toegeeft, konden ze niet allemaal worden bevestigd. Verschillende virale “drone”-video’s bleken een politiehelikopter of een vrachtvliegtuig te tonen.
  • April 2026: het VRT-programma Pano vond geen bewijs voor vijandige drones. Het federaal parket voert 26 onderzoeken naar zo’n veertig incidenten, voorlopig zonder conclusies.
  • 11 en 12 september 2026: het gebeurde opnieuw op Brussels Airport. De tweede avond werd de drone niet alleen gezien, maar ook opgepikt door de detectieapparatuur van skeyes. De piloot is niet geïdentificeerd.
  • 16 september 2026: in Charleroi detecteerde skeyes een privédrone in het verlengde van de landingsbaan. De politie hield de piloot tegen.

Veel organisaties, veel beelden

Wie bevoegd is, hangt af van waar de drone zich bevindt. skeyes beslist over het luchtruim. Defensie bewaakt de militaire domeinen; op een burgerluchthaven kan ze “de politie alleen ondersteunen”. Overal elders is de politie bevoegd en voert zij het onderzoek — de federale politie heeft sinds 2021 een antidroneteam, maar in november deed niemand er een beroep op. De beveiliging van de luchthaven, het Crisiscentrum en het parket werken elk met hun eigen meldingen en hun eigen schermen.

De overheid ziet het probleem. De Nationale Veiligheidsraad besliste tot de oprichting van een National Airspace Security Center, dat Defensie, de douane en de luchtvaartautoriteit samenbrengt rond één gedeeld beeld van het luchtruim. En een wetsontwerp dat in juni werd goedgekeurd, laat exploitanten van kritieke locaties — nucleaire installaties, gevangenissen, Seveso-bedrijven — toe om onder strikte voorwaarden zelf antidronemaatregelen te nemen.

Maar een beeld van de lucht is slechts de helft. De piloot staat op de grond: in een straat onder het oog van politiecamera’s, naast een auto die langs een ANPR-camera reed, in een gebied dat een patrouille binnen enkele minuten bereikt.

Echt of niet?

’s Nachts wordt een politiehelikopter of een vrachtvliegtuig makkelijk voor een dreiging aangezien. Zolang meldingen en sensorsporen niet op dezelfde kaart staan, moet elke waarneming als echt worden behandeld. Daarom gaan luchthavens dicht.

Met één gedeeld beeld

  • Elke melding op één kaart. Meldingen van piloten, bewakers en burgers komen er binnen met tijdstip en locatie, naast radar- en radiofrequentiesporen en camerabeelden. Een waarneming met een sensorspoor heeft een vliegroute; een waarneming zonder spoor wordt als onbevestigd gemarkeerd.
  • Elke organisatie haar eigen lagen. skeyes, politie, Defensie en de luchthaven werken op dezelfde kaart — zonder hun systemen uit handen te geven.
  • Een gedocumenteerde beslissing. De beslissing om het verkeer stil te leggen steunt op een beeld, niet op een telefoontje, en wordt op het moment zelf vastgelegd.

Van waarneming naar piloot

Meridian pakt niemand op; dat doen politie en parket. Wat verandert, is waar zij beginnen.

  1. 01

    Naar het opstijgpunt terwijl de drone nog vliegt

    Veel drones zenden de positie van de piloot uit — via de Europese Remote ID, sinds 2024 verplicht voor de meeste drones boven 250 gram, of via DroneID, het eigen systeem van DJI. Waar een radiofrequentiesensor dat signaal opvangt, verschijnt de positie op de kaart en wordt de dichtstbijzijnde patrouille erheen gestuurd.

  2. 02

    Het zoekgebied verkleinen als de drone niets uitzendt

    Niet elke drone doet dat: lichte drones zijn vrijgesteld, en de drone die in augustus bij de luchthaven van Leipzig werd gevonden, had een 5G-router en simkaarten aan boord. Dan wijst het radarspoor terug naar een opstijggebied, en één vraag doet de rest: welke voertuigen legden ANPR-camera’s tijdens beide incidenten vast binnen drie kilometer van dat gebied? Het antwoord komt uit bestaande politiebronnen, alleen voor wie een wettelijke grondslag heeft — en de vraag wordt vastgelegd.

  3. 03

    De incidenten met elkaar verbinden

    Veertig incidenten in zesentwintig dossiers zijn veertig losse puzzels. Over elkaar gelegd in tijd en ruimte — datums, tijdstippen, vliegroutes, opstijggebieden, weersomstandigheden — tonen ze of het om één actor gaat of om meerdere, om een patroon of om paniek.

  4. 04

    Bewijs dat standhoudt

    De tijdlijn bouwt zich tijdens het incident vanzelf op. Elke zoekopdracht wordt vastgelegd: wie wat opvroeg, en op welke wettelijke grondslag. Wat het parket ontvangt, is stap voor stap controleerbaar.

Wat Meridian zou opzetten

Koppelen
  • De radar- en radiofrequentiesensoren voor drones die al zijn aangekocht, als livesporen — ongeacht het merk
  • Het luchtverkeersbeeld van de luchtverkeersleiding, zodat een drone naast vliegtuigen in de nadering wordt getoond
  • Camera’s van de luchthaven en de politie, als livebeelden op de kaart
  • Waarnemingen van de verkeerstoren, piloten, de luchthavenbeveiliging en de noodcentrales, elk met tijdstip en locatie
  • Posities van politiepatrouilles en het antidroneteam
  • Alleen voor onderzoeken: ANPR-treffers uit het bestaande politienetwerk — opgevraagd op wettelijke grondslag, elke opvraging gelogd
Bouwen
  • Eén gedeeld beeld van lucht en grond, met eigen lagen voor skeyes, politie, Defensie en de luchthaven
  • Een werkstroom voor drone-incidenten: waarneming → automatische koppeling met sensorsporen (bevestigd of onbevestigd) → alarm naar skeyes en de dichtstbijzijnde patrouille → positie van de piloot of opstijggebied op de kaart → uitrukken → tijdlijn voor het parket
  • Eén incidentenarchief voor alle luchthavens en militaire locaties, opnieuw af te spelen om incidenten te vergelijken
Inzetten
  • In de verkeerstoren, het operationeel centrum van de luchthaven, de meldkamer van de politie en op de telefoons van agenten
  • Op Belgische servers; volledig losgekoppelde werking op militaire locaties staat op onze roadmap

Illustratieve opzet — elke uitrol wordt samen met de operator ontworpen. Bronsystemen blijven waar ze zijn; de datalaag van Meridian draait in de eigen omgeving van de operator.

België investeert fors in sensoren. De volgende stap is ervoor zorgen dat wat die sensoren zien, terechtkomt bij wie kan optreden — binnen de wet.